Siepe in Nederland

 

Heinrich Siepe en zijn vrouw Anna Vorwald vestigden zich tussen 1866 en 1868 in Nederland. Ze hadden een
zoon, Theodor, die in september 1866 in Oberkirchen in Duitsland was geboren. Gezien de gewoonte van de kooplieden uit Duitsland om na de zomer, nog voor de grote oogst (waarschijnlijk graan) weer op pad te gaan en dan tot na Sinterklaas weg te blijven, lijkt het aannemelijk dat hij bij de geboorte van zijn eerste kind niet thuis was. Zij vestigden zich in Warfhuizen, gemeente Leens in de kop van de provincie Groningen. In augustus 1868 werd hun tweede kind dood geboren. Dit blijkt uit de overlijdensakte. In deze akte is als beroep van Heinrich koopman vermeld. Hij wordt zelf in de akte overigens al Hendrik genoemd. Wat zijn handelsgebied was, weten we niet. Alleen het noorden van Groningen of ook de rest van de provincie? Is hij wellicht ook nog verder naar het westen getrokken en heeft hij in Friesland nog geprobeerd zijn handelswaar aan de man (of liever gezegd: de vrouw) te brengen. Of was dat misschien te moeilijk vanwege het te grote taalverschil? Hij kwam uit het Sauerland. Ik neem aan dat hij alleen dialect sprak en geen "Hoogduits". Het is zelfs de vraag of hij en zijn vrouw konden lezen en schrijven. Als hij wat wilde verkopen, moest hij dus zo snel mogelijk een verstaanbare taal spreken. In het Groninger dialect was dat voor iemand uit het Sauerland nog te doen. Maar het Fries was toch heel wat anders. Overigens woonden er in het oostelijke deel van de provincie Groningen veel Duitsers, die van net over de grens kwamen of uit het Munsterland. Daar was toen ook veel armoede.

Waarom naar Warfhuizen?
Geen idee. Misschien omdat hij in de jaren daarvoor vaker in die streek was geweest met zijn handelswaar. In elk geval is wel bekend dat het een vrij kleine katholieke streek is waar hij zich vestigde. En katholiek was het gezin. In het gebied, waar ze vandaan kwamen was bijna iedereen katholiek en zeer gelovig.

In juli 1869 werd in Warfhuizen hun zoon Laurens geboren en in april 1875 Hendrik. In datzelfde jaar in december werd ook hun laatste kind, Frans geboren, maar toen woonden ze al in het zuiden van de provincie Groningen. Frans is namelijk in Zandberg (gemeente Odoorn) geboren. Twee kinderen in één jaar! En ook nog een verhuizing!  Dat ging in die tijd niet met alle gemakken van nu. Laat een verhuizer komen. Hij pakt alles in, brengt de spullen naar de nieuwe woning en pakt het nodige uit. Nee, ze moesten het zelf doen. We mogen aannemen dat ze ook niet zoveel spullen hadden. Waarschijnlijk paste alles op een boerenkar. Met een paard ervoor kon de reis dan naar het nieuwe huis beginnen.
We mogen aannemen dat ze in de loop van 1875 naar het zuiden van de provincie zijn afgezakt.  Waarschijnlijk is Zandberg een tussenstop geweest, want ze zijn later naar Musselkanaal-Horstenerplaatsen verhuisd.
Kerkelijk gezien hoorden ze eind 1800 bij de parochie Zandberg, want in Musselkanaal stond nog geen katholieke kerk. Die kwam pas in 1905. 

Op 23-5-1884 verkocht Gerhard Wemke Sandker aan Heinrich Siepe, landbouwer te Horsten, voor 1200 gulden, een behuizing met erf en bouw en heidegrond tezamen groot 8 bunder 97 roede 80 el, gelegen: de Horsten, kadastraal sectie C nummers
2365, -68 –69, 2937 –38, 3071 –72 –73 –74, 3271 –72 –73. We weten vrijwel zeker dat dit de boerderij met het stuk grond was, waar de familie aan de Horstenerplaatsen heeft gewoond.
Deze informatie heb ik van de website van Fischer-Sandker. Op deze website is een link te vinden naar Jan-Willem Sandker, die veel gegevens heeft verzameld en gepubliceerd over families die uit het Emsland naar Groningen zijn getrokken. ( www.fischer-sandker.nl )

Op de website van het Veenkoloniaal museum  in Veendam is veel informatie te vinden over de veenkoloniën, hun ontwikkeling en de mensen die er woonden en werkten. We vinden er ook een stukje tekst over de Kiepkerel.  Een koopman uit Duitsland, die met zijn koopwaar in een mand (een kiep) op de rug door de provincie trok om zijn waren te slijten. Op die website staat ook een kiepkerellied. Als je naar de tekst van dat lied kijkt/luistert, wordt pas duidelijk hoeveel spullen zo'n koopman met zich meevoerde. Het was wat je noemt een winkel van Sinkel. In  dat lied komen nog de nodige Duitse woorden voor, die samen met het Groninger dialect toch een heel verstaanbaar verhaal vormden. En bovendien, de mensen op het platteland waren over het algemeen geen mensen van veel woorden, al zal er op den duur, als zo’n koopman een paar jaar achter elkaar verscheen, wel wat meer gepraat zijn.

Wat verkocht Heinrich zoal? Op grond van wat ik in boeken heb gevonden, die over het Sauerland  gaan en die toch wel een betrouwbaar beeld schetsen van de leefomstandigheden daar in die tijd, neem ik aan dat in het gebied rond Obersorpe en Westfeld veel houten gebruiksvoorwerpen werden gemaakt. Die werden voornamelijk in de winterperiode met het  hele gezin gemaakt en dan meegenomen op reis. Daarnaast waren er ook de nodige huisnaaiateliers. Weliswaar heb ik ook advertenties gezien, waarin fabriekseigenaren en handelaren adverteerden voor jongelui, die het beroep van Hausierer (deurverkoper) wilden leren, maar ik neem aan dat onze Heinrich vooral in de houten gebruiksvoorwerpen zat en voor eigen rekening op pad ging. Mogelijk dat hij bij anderen nog wat koopwaar kocht of ruilde en zo met een “breed assortiment” op pad ging.

Mijn vader, Hendrik Siepe en kleinzoon van Heinrich, heeft zijn jeugd doorgebracht op het platteland van Groningen (Horstenerplaatsen). Thuis hadden ze een klein stukje grond, waarop ze probeerden met wat  groente en een bescheiden veestapel in eigen onderhoud te voorzien. In de winterdag was er thuis nauwelijks werk en bij grotere boeren in de omgeving ook niet veel. Daarom werd er bij de Siepes thuis in de winter aan huisvlijt gedaan, zoals Heinrich dat van huis uit gewend was. De jongens werden dan met allerlei houten spullen op pad gestuurd om een paar centen bij te verdienen.

Zo kwam mijn vader op een goeie dag ergens achteraf bij mensen en probeerde daar wat van zijn koopwaar te slijten. Uiteraard werd er altijd wel even gepraat en gevraagd “van wie hij er dan wel eentje was”. Toen  die mensen zijn naam hoorden, zeiden ze dat ze van zijn opa nog houten spullen hadden gekocht en nog steeds in gebruik hadden. De koopman was dus daar ook actief geweest.

Na zijn huwelijk in december 1941 met Marie Kral is hij met zijn vrouw naar Noord-Holland "geëmigreerd". De toekomstverwachtingen in het Groninger land waren voor boerenarbeiders niet al te best. In Noord-Holland was nieuw land: de Wieringermeer. Deze polder was in 1930 drooggevallen en in 1934 begon men het nieuwe land in cultuur te nemen. De nieuwe boeren, die het aandurfden als pioniers hier te beginnen, kwamen uit het hele land en konden nog lange tijd arbeiders gebruiken.
Hier waren dus nog voldoende mogelijkheden.
Uit gesprekken met mijn vader weet ik dat hij met mijn moeder een paar keer per fiets naar Noord-Holland is geweest voordat hij er definitief ging wonen. De verhuizing is in de loop van 1942 geweest.
In de oorlogstijd dus. In januari 1943 werd hun eerste kind geboren in Medemblik. Daar zou hij zijn verdere leven blijven wonen.
 
                                                 
                                                                                            Oud Medemblik  

In de tijdgeest van toen zochten ze in de nieuwe woonomgeving naar de eerste contacten en dat was de kerk.
Die hielp bij het vinden van huisvesting en wees de (katholieke) leveranciers voor brood, melk, enz.
Binnen de "eigen geloofskring" werd je snel opgenomen en verder geholpen. Je moest natuurlijk wel bereid zijn om deel uit te maken van die gemeenschap. Deed je dat niet, dan kon het wel eens heel wat moeilijker worden.
Dan stond je er in een vreemde omgeving alleen voor.

 

Mijn vader was niet de enige die uit Groningen vertrok. Bij de volkstelling van 1947 bijvoorbeeld zien we dat er over heel Nederland 37 mensen met de familienaam Siepe wonen. En ja, het is allemaal familie. Opvallend is dat er in 1947 ook in de provincie Brabant de naam Siepe voorkomt. Bij navraag blijkt dat het hier waarschijnlijk gaat om Theodor Siepe, gehuwd met Anna Maria Veenker. Zij kregen een dochter Gré, geboren in 1948 in Breda. Daarvoor hebben zij nog enige tijd in Limburg gewoond, waar Theodor in de mijnen heeft gewerkt. deze informatie heb ik van Gré gekregen.
Begin 21e eeuw vinden we Siepes of directe nazaten in bijna alle provincies.